Uitstapjes Drenthe

Hier vind u alle informatie over uitstapjes en bezienswaardigheden in de omgeving.

Te beginnen met de markten:

Elke maandag ochtend is er markt in: Coevorden, 

Elke dinsdag ochtend is er markt in: Borger, Annen, Dwingeloo, Zuidwolde, 

Elke woensdag ochtend is er markt in: Assen, Norg, 

Elke donderdag ochtend is er markt in: Gieten, Beilen, Meppel.

Elke vrijdag ochtend is er markt in: Rolde, Emmen, Roden, Westerbork.

Elke zaterdag ochtend is er markt in: Assen, Emmer Compascum, Hoogeveen, Meppel

Adresgegevens en openingstijden van demarkten, kijk op de site: http://in.drenthe.nl/nl/p/winkelen-in-drenthe/markten-in-drenthe/#

 

 

Overzicht van waterpark te GasselteHet Gasselterveld, aan de rand van het Nije Hemelriekje, is omgetoverd tot het grootste outdoor waterpark van Nederland. “Wij zijn het grootste park qua speelwaarde op het water”. “Er zullen parken zijn die een groter meer tot hun beschikking hebben en waterskibanen van honderden meters lang. Als je het zo bekijkt zijn wij niet de grootste. Als je kijkt naar het aquapark en de schansen, zijn we wel de grootste van ons land.”
In het park is veel te doen. Er zijn klimtoestellen, een grote trampoline, maar de hoofdattracties zijn toch echt het opblaasbare hindernisparcours en de zes schansen. Mensen glijden met een vrij vlotte snelheid naar beneden, glijden van de schans af en plonsen in het water. Aan de andere zijde is er een aquapark. Het is een heel parcours op het water, waar kinderen over heen kunnen klimmen, springen en slingeren.

 

De Kibbelkoele:

In de bossen tussen Schoonoord en Noord-Sleen ligt de populaire zwemplas De Kibbelkoele. Het water is helder en ondiep en daarmee veilig voor kinderen.

Plassen als De Kibbelkoele zijn kunstmatige meertjes die door de winning van het aan de oppervlakte liggende dekzand ontstaan zijn. De Kibbelkoele dankt zijn bestaan aan de aanleg in de jaren zeventig van de N381, de weg van Emmen naar Beilen en Drachten.

Behalve deze ondiepe zandplassen zijn in het Hondsruggebied ook enkele zandwinplaatsen waar bedrijven onder andere metselzand diep uit de grond opzuigen. Het gaat hier vooral om het fijne witte zand dat hier vóór de laatste ijstijden door rivieren afgezet is. Deze ‘zandgaten’ kunnen tientallen meters diep zijn. Blijf erbij vandaan, onder andere vanwege het instortingsgevaar van de oevers.

Een bijzondere manier om de Kibbelkoele en omgeving te ontdekken is de mountainbikeroute die bij de plas start. De route is 32 kilometer lang en is met paaltjes aangegeven.

 

Boomkroonpad:

Op het Boomkroonpad kun je het bos van de Hondsrug eens op een heel andere manier bekijken: van boven! Het Boomkroonpad is namelijk een spannend pad van 125 meter lang, dat door de toppen van de bomen loopt. Ideaal voor een uitje met de kinderen, maar stiekem ook heel leuk voor volwassenen.  Web: Het Boomkroonpad

 

Speelpark Drouwenerzand:

Drouwenerzand is een attractiepark in Drouwen in de Drentse gemeente Borger-Odoorn met dezelfde naam als natuurgebied Drouwenerzand. Het park werkt volgens het all-in principe. Voor weinig geld een compleet dagje uit met het gezin? Bij Drouwenerzand Attractiepark in Drenthe is voorbij de toegangspoorten al het eten en drinken helemaal gratis! Frites, diverse snacks, verse dagsoep, vers fruit, koffie, thee, limonade en softijs.

Bezoek www.drouwenerzand.nl »

In het park is er voor jong en oud ontzettend veel te doen. Er is een indoor apekooi, piratenboot, para-jump (deze gaat over de kop!) en de familieachtbaan de Spinning Coaster. Voor de kleintjes de Disney Airport, bootjes waarin je zelf kunt varen, botsauto’s, een spetterend waterplein, een mooie carrousel en nog veel meer. De heftige attractie XLR8 is spannend voor de wat oudere kinderen – die met een sterke maag, welteverstaan. Het park is speciaal gericht op kinderen, voor een gezellige, veilige en onbezorgde dag uit.

 

Sprookjeshof Zuidlaren:

Het uitgebreide sprookjespark heeft Old Mc.Donald had a farm, Berenboot glijbanen spektakel, een speeltuin, een ammusementhal, een fietsbaan, een klimberg, een airtrampoline, met nieuw helicopterbaan (fietsbaan) klimberg en airtrampoline.
Nieuw in 2010 is een indoorspeelparadijs van 3000 m2.

 

Wildlands (dierenpark Emmen)

WILDLANDS Adventure Zoo Emmen is de opvolger van het bekende Dierenpark Emmen. Op een nieuwe locatie verkennen bezoekers drie verschillende werelden met een uiteenlopend klimaat. Jungola is de jungle, met veel groen, touwbruggen, een boottocht en olifanten, slingerapen en vlinders. Serenga is de savanne. Ga op safari en ontmoet giraffen, leeuwen, bavianen en stokstaartjes. In Nortica is de koude natuur de baas en zwemmen ijsberen en pinguïns rond.

 

Openluchtmuseum “Ellert en Brammert”

In 1954 heeft het dorp Schoonoord zijn 100-jarig bestaan gevierd. Enkele jaren na hetzelfde jubileum van het Oranjekanaal. Enkele tientallen jaren geleden is Schoonoord niets anders geweest dan een verspreide nederzetting van in hoofdzaak plaggenhutten, die werden bewoond door arbeiders, die vanuit de omliggende provincies hierheen kwamen om te werken, want door ontsluiting door middel van het Oranjekanaal konden de diverse venen geëxploiteerd worden. Deze zeer gemengde bevolking, voor een deel zelfs uit Hannover afkomstig, leefde arm en sober, was wel arbeidszaam, maar ruw en zelfs gevreesd door de bevolking van de omliggende Drentse dorpen. Een pastoor heeft er dan ook van gezegd, dat het geen Duitsers en geen Hollanders waren maar “Wilden” mede door de zeer primitieve huisvesting van deze mensen. Om deze historische situatie weer in herinnering te brengen zijn in 1954 verschillende van deze plaggenhutten weer opgebouwd en later met een en ander verder aangevuld.

 

De legende van Ellert en Brammert:


Vrijwel elke streek en ieder land heeft zo in de loop der tijden zijn algemeen bekende verhalen welke zijn uitgegroeid tot legenden. Ook onze streek heeft zo zijn legende, die ook vrijwel in de gehele provincie bekend is. Het verhaal van de reuzen Ellert en Brammert, die aan de ingang van het openluchtmuseum staan.
Het Ellertsveld ontleent zijn naam aan de meest bekende Drentse legende, namelijk die van Ellert en Brammert. In de loop der jaren is dit volksverhaal in verschillende versies overgeleverd, maar de kern is toch altijd hetzelfde gebleven.

De overlevering zegt dat zo vier eeuwen geleden hier twee reuzen hebben gewoond: vader en zoon. Het waren ruwe kerels, die een onderaardse hut hadden gemaakt op het grote heideveld, tegenwoordig bekend onder de naam Ellertsveld. Vanuit hun hut stroopten de beide rovers de omgeving af. Wie niet dringend het Ellertsveld moest passeren, waagde zich er niet. Vanuit hun hol hadden Ellert en Brammert draden in alle richtingen over het veld gespannen. Deze draden waren met een bel verbonden. Als een argeloze reiziger ongemerkt een van deze draden raakte, begon de bel te klingelen. Ellert en Brammert trokken er dan onmiddelijk op uit om de reiziger met dikke knuppels neer te slaan en te beroven. Veel kooplieden vielen zo in handen van het roofzuchtige duo en wanneer ze het er levend van af brachten mochten ze nog dankbaar zijn.
Op een dag, toen vader en zoon door de heide struinden, bemerkten ze op de es van het dorpje Orvelterveen een knap, jong meisje: Marieke. Het arme meisje werd meegesleept naar het hol en moest daar zeven jaar lang het huiswerk verrichten. Een nadeel van een vrouw in huis voor de rovers was, dat ze nooit meer samen op pad konden gaan. Steeds moest een van beiden Marieke bewaken. Eens toen vader Ellert alleen met Marieke in het hol was, gaf hij haar de opdracht om hem te scheren. Marieke rook haar kans en sneed tijdens het scheren hem met het vlijmscherpe scheermes de strot af. Terwijl de reus stervende in elkaar zakte, nam zij de benen naar huis. Toen Brammert ontdekte wat er met zijn vader gebeurd was, zette hij de achtervolging in. Hij kon haar net niet meer inhalen.
De volgende morgen zag men dat er in de deur, die het meisje achter zich had dichtgeslagen, een grote bijl was blijven steken. Brammert had haar op een haar na gemist! Marieke en haar ouders verhuisden zo spoedig mogelijk naar een veiliger streek. En alle andere inwoners van Orvelterveen, die Brammerts wraak vreesden, verlieten het dorpje eveneens. Het duurde niet lang of het hele dorp was verplaatst.

Wat er van dit oerdrentse verhaal waar is, is niet meer na te gaan. Orvelterveen is inderdaad een dorpje geweest tussen Orvelte en de Kiel. Bij onderzoek in 1911 heeft men daar nog lemen dorsvloeren van vroegere boerenhoeven onder het zand weg gegraven.

 

Openluchtmuseum Orvellte:

Over het Dorp: In het levendige monumentendorp Orvelte – waar mensen gewoon wonen en werken – beleeft u de geschiedenis aan den lijve. Ga mee op reis en beleef Orvelte zelf! In Drenthe, met name in Orvelte, staan prachtige, rietgedekte Saksische boerderijen en andere rustieke gebouwen. Mooi om langs te wandelen, maar nog leuker om ook eens van binnen te bekijken. Bij een aantal van de boerderijen bent u van harte welkom!
Het dorpshart is regelmatig het centrale decor voor bijzondere evenementen en themadagen, folkloristische groepen, speciale markten, en theatervoorstellingen. Het is maar een kleine greep uit het grote aanbod. De pagina ‘dorpstour’ en ‘evenementen’ geeft u een duidelijk beeld van wat Orvelte allemaal te bieden heeft. Het is van belang goed de tijd te nemen voor een bezoek aan Orvelte.
 

 

18 holes Golfbaan Semslanden of vrije 18 holes baan in Ees

De Semslanden is een Nederlandse golfclub in Gasselte/Gasselternijveen. De golfclub is opgericht op 26 november 1986. De club beschikt over een 18 holes golfbaan, aangelegd in Kostvlies tussen de dorpen Gasselte en Gasselternijveen. Of aan de rand van het kleine dorpje Ees (+- 360 inw.) ligt een 18-holes par-3 golfbaan waar iedereen mag golfen! Gebruik van de golfbaan is niet beperkt tot leden en ervaren spelers, maar openbaar voor iedereen vanaf 8 jaar. De holes variëren in lengte van 50 t/m 100 meter. Met brede fairways, grote, goed verzorgde greens en een goed onderhouden driving range, biedt Country Golf Ees uitstekende faciliteiten voor alle golfers. Dus ook voor niet golfers.

https://nl.leadingcourses.com/europa+nederland+drenthe/country-golf-ees/ 

https://semslanden.nl

De ijstijden op het Ballooërveld​:

Op het Ballooërveld heb je de ijstijden écht onder handbereik: het glimmende witte zand uit de Elster-ijstijd, zwerfkeien en grind door het ijs van de Saale-ijstijd deze kant op gebracht en een aantal pingoruïnes – ofwel de restanten van ijsheuvels – uit de Weichsel-ijstijd…

Opvallend is het keizand dat op sommige plaatsen op het Ballooërveld aan het oppervlak ligt. Het is een keiharde ‘vloer’ van leem waarin vuursteentjes, grind en keitjes vastgemetseld lijken te zitten. Deze laag bleef achter toen het ijs gesmolten was en de wind later het dekzand weggeblazen had.

Op het Ballooërveld vindt u enkele pingoruïnes. In de laatste ijstijd waren dat hoge ‘ijsheuvels’. Toen het ijs gesmolten was, lieten de pingo’s diepe kraters in het veld achter. Later bleef er water in staan en groeiden de pingoruïnes vol veen.

Kom zelf het Ballooërveld ontdekken. Vanaf de parkeerplaats langs de weg naar Gasteren start een negen kilometer lange wandeling over het veld die uitgezet is met paarse paaltjes.

 

Schaapkooi Balloërveld:

Het Informatiecentrum en de schaapskooi zijn het best te bereiken door de wegwijzers vanaf Rolde richting Balloo te volgen. In Balloo staan wegwijzers naar de schaapskooi. Openbaar vervoer komt niet door Balloo, maar wel door Rolde. De afstand van Rolde naar de schaapskooi is ongeveer vier kilometer.

 

Schaapskudde Balloërveld:

De schaapskudde van het Balloërveld is met 400 Drentse heideschapen de grootste kudde van Drenthe. De schaapskooi staat direct naast het Informatiecentrum aan de rand van het natuur- en heideveld.
Op een informatiepaneel bij de schaapskooi wordt dagelijks aangegeven waar u de kudde op het heideveld kunt vinden. U zult er soms een flinke wandeling voor over moet hebben. Vaak is het even zoeken, want bosjes belemmeren hier en daar het gezichtsveld.

 

Geopark de Hondsrug:

Het Hondsruggebied is uniek. De ijstijden maakten er ruggen en dalen. De prehistorische mens liet er ons zijn schatten na.
Duizenden jaren lang gaven mensen vorm aan een landschap dat van alle tijden is.

De Hondsrug UNESCO Global Geopark is groter dan de Hondsrug alleen. Het bestaat uit een stelsel van evenwijdig lopende ruggen in het landschap, van elkaar gescheiden door beekdalen.
Het Hondsruggebied loopt van het centrum van Groningen in het noorden tot de vestingstad Coevorden en het Bargerveen onder Emmen aan de zuidkant. Naast de zandruggen maken ook de beekdalen van de Drentsche Aa en de Hunze grotendeels deel uit van het gebied. Het gebied heeft een lengte van zeventig kilometer en een gemiddelde breedte van twintig kilometer. Het hoogste punt – bij Emmen – ligt dertig meter boven NAP.
Het gebied strekt zich uit over twee provincies – Drenthe en Groningen – waar zeven gemeenten in liggen: Groningen, Haren, Tynaarlo, Aa en Hunze, Borger-Odoorn, Emmen en Coevorden. Verspreid over een oppervlak van bijna 1.000 km2 wonen er 240.000 mensen. 

Het hele gebied heeft per november 2015 de status van UNESCO Global Geopark en is het enige Geopark in Nederland. In Noord-Nederland prijkt het samen met twee UNESCO Werelderfgoederen (Waddenzee en Woudagemaal) en een aantal Nationale Parken op de lijst van plaatsen met internationale allure. Een bijzondere rol is weggelegd voor Nationaal Park Drentsche Aa dat bijna helemaal in het Geoparkgebied ligt. 
Drie kernwaarden:
Het Hondsruggebied kent een grote verscheidenheid aan landschappen, bewoningstypen en cultuurhistorische elementen. Bijzonder is dat deze verscheidenheid een unieke samenhang kent die bestaat uit een logische driedeling. Deze omvat de ruggen en beekdalen en de daaraan gerelateerde archeologische rijkdom en het cultuurlandschap. Dit is de kracht van het Hondsruggebied!

 

Hunebedcentrum in Borger:

Begin uw expeditie in het Hunebedcentrum in Borger. U vindt er een speciale Geopark-expositie over ijstijden en prehistorie. De expositie is toegankelijk tijdens de openingsuren van het Hunebedcentrum. Wie een kaartje voor het Hunebedcentrum koopt, kan de Geopark-expositie over ijstijden en prehistorie gratis bezoeken. Eigenlijk moet u ook in het Hunebedcentrum zelf komen kijken… Welkom in de wereld van de hunebedbouwers!

 

De wereld van de hunebedbouwers:

Bij de ingang van het Hunebedcentrum staat een gezin uit de tijd van de hunebedbouwers om u op te wachten. U gaat in hun museum vijfduizend jaar terug in de tijd. U maakt kennis met hoe mensen in de steentijd in het Hondsruggebied leefden, woonden en werkten. In het Hunebedcentrum vindt u een hunebed dat zo nauwkeurig mogelijk nagebouwd is naar een echt hunebed. Tot en met de mosjes op de stenen… Verder zijn in het museum natuurlijk allerlei voorwerpen die archeologen in de Drentse hunebedden gevonden hebben. Behalve aardewerk zijn dat bijvoorbeeld stenen wapens, allerlei gereedschap en sieraden als barnstenen kralen. In geen ander Nederlands museum ziet u zoveel vondsten uit hunebedden bij elkaar! De kinderen hebben hun eigen museum in het Hunebedcentrum waar Oek zijn verhaal van 5000 jaar geleden vertelt.

 

De hunebeddentweeling achter de Rolder kerk:

De twee hunebedden van Rolde liggen aan de rand van het dorp. U vindt ze achter de middeleeuwse Jacobuskerk voorbij de begraafplaats. Op oude kaarten staan ze aangegeven met namen als ‘Reuzenstien’ en ‘Steenbergh’.

De ‘hunebeddentweeling’ van Rolde hoort tot de bekendste Drentse hunebedden. De Belgische kanunnik Antonius Schonhovius meende in 1547 dat de gestapelde stenen bij de Rolder kerk de resten van de Zuilen van Hercules waren. Hij noteerde onder andere het volgende:

‘De afzonderlijke stenen, die een grote stapel vormen, zijn namelijk zo groot dat geen wagen of schip ze aangevoerd zou kunnen hebben. Ook zijn daar geen steengroeven omdat het land moerassig is, zodat het vermoeden bestaat dat zij aangevoerd zijn door demonen, die daar onder de naam Hercules vereerd werden.’

Vanaf het parkeerplaatsje aan de rand van de Brink vlak vóór de kerk begint een ongeveer zes kilometer lange wandeling rond het dorp en naar de hunebedden.

 

Tussen de dorpen Elp en Grolloo liggen allerlei grote en kleine veentjes:

Tussen de dorpen Elp en Grolloo liggen allerlei grote en kleine veentjes die het gebied vroeger vrijwel ontoegankelijk maakten. Tegenwoordig probeert Staatsbosbeheer het Grollooërveen weer net als vroeger zo nat mogelijk te maken om de natuur te herstellen. Om het Grollooërveen nat te houden wordt het regenwater zo lang mogelijk in het gebied vastgehouden. Een deel van de wegen in het gebied staat weer onder water. Lange houten paden zijn aangelegd om in het Grollooërveen te kunnen wandelen en fietsen.

Het water aan de westkant van het Grollooërveen komt in het Amerdiep terecht. Dit is één van de bovenloopjes van de Drentsche Aa. Bij de zandspeelplas aan de Elperweg begint de zeven kilometer lange Veenpluisroute. De route is aangegeven met rode paaltjes.

Veenpark bij Barger-Compascuum:

Het Veenpark bij Barger-Compascuum is de mooiste plek om met het verhaal van het turfland langs de Hondsrug kennis te maken. Speciaal voor bezoekers van het Geopark heeft het museum de expositie Veen ingericht. U ziet er hoe de mensen hier in Drenthe vroeger in het veen woonden en werkten. De expositie is gratis toegankelijk. En als u er toch bent, moet u ook in het Veenpark komen kijken. Nergens anders is Drenthe zijn de veenkoloniale jaren zo dichtbij als hier. Bijvoorbeeld in de huisjes van de pioniers van 150 jaar geleden. Een bezoek aan het Veenpark is een échte aanrader. Kom kijken hoe de eerste kolonisten in de negentiende eeuw leefden in hun hutten op het ‘Olde Compas. Loop de huizen in de veenkolonie Bargermond binnen om kennis te maken met het wonen en werken in het veen. Rij mee met het treintje naar het hoogveen van het natuurgebied Berkenrode en het turfland.

 

Gevangenismuseum Veenhuizen:

Het Nationaal Gevangenismuseum is gevestigd in een voormalig werkgesticht in Veenhuizen. Het museum informeert op interactieve wijze over de omgang met misdaad en straf in Nederland vanaf 1600 tot vandaag de dag.

Hollands Siberië, zo werd Veenhuizen in vroegere tijden ook wel genoemd.
Rond 1825 werden duizenden bedelaars, landlopers, weduwen en wezen uit de grote steden naar dit “Hollands Siberië” verbannen. Ze woonden in drie grote dwanggestichten, die waren gebouwd door de Maatschappij van Weldadigheid. Het was de bedoeling dat met arbeid en discipline arme mensen, al dan niet vrijwillig, leerden een nieuw bestaan op te bouwen. Het Tweede Gesticht, nu het Gevangenismuseum, is het enige gebouw dat zijn oorspronkelijke karakter behouden heeft. In 1859 nam de rijksoverheid de gestichten over. Wezen en vondelingen maakten plaats voor mensen die veroordeeld waren tot een gevangenisstraf. De gevangenen leefden zij aan zij met de ‘verpleegden’: landlopers en bedelaars. Het onderscheid was te zien aan de kleding. Uiteindelijk maakten alle gestichten plaats voor gevangenissen. Om de strafinrichtingen heen werd een heel dorp gebouwd voor het gevangenispersoneel. De ambtelijke hiërarchie werd weerspiegeld in de grandeur van de woningen. Op de gevels van de meeste huizen prijkten en prijken nog steeds stichtelijke spreuken. Sinds 1970 leven er in Veenhuizen geen ‘verpleegden’ meer. Het dorp telt echter nog steeds drie strafinrichtingen, waarin in totaal ruim 1.000 gedetineerden vastzitten. Veenhuizen is pas sinds 1984 vrij toegankelijk. Daarvoor mochten -naast de gevangenen- alleen het gevangenispersoneel en hun gezin het dorp in. Wie met pensioen ging of een baan buiten Veenhuizen vond, moest verhuizen. Het Veenhuizen van vandaag is onderdeel van gemeente Noordenveld. Er staan meer dan 100 rijksmonumenten, waaronder de elektriciteits-centrale, het oude hospitaal en natuurlijk het Tweede Gesticht: het enige gesticht dat de tand des tijds heeft doorstaan en waarin het Gevangenismuseum nu is gevestigd.

 

De grafheuvels van Kampsheide en het Tumulibos bij Balloo:

Aan de rand van het beekdal van de Drentsche Aa ligt het natuurgebied Kampsheide. In de prehistorie hebben hier tientallen eeuwen lang mensen geleefd. Tussen ongeveer 3500 v.Chr. en het begin van onze jaartelling blijkt Kampsheide nagenoeg onafgebroken als begraafplaats in gebruik te zijn geweest.

Het begon met de boeren van de trechterbekercultuur die het hunebed van Balloo bouwden om er hun doden in bij te zetten. In de nieuwe steentijd en de bronstijd volgden de grafheuvels midden op Kampsheide aan de rand van het ven. De meer dan 35 grafheuvels in het Tumulibos bij de weg Assen-Rolde zijn brandheuvels uit de ijzertijd (800-12 v.Chr.). Ze werden opgeworpen op de plaats waar de dode gecremeerd was.

Vanaf de parkeerplaats bij het informatiebord van Het Drentse Landschap kunt u een vijf kilometer lange wandeling maken die u door het Tumulibos en over Kampsheide brengt.

 

Drouwenerzand:

Vroeger joeg het Drouwenerzand reizigers de stuipen op het lijf. Het was één grote, kale zandvlakte waar de wind ongenadig tekeer kon gaan en waar het zand je langs je gezicht striemde. Wie nu door het Drouwenerzand loopt, zal niet bang zijn. Hooguit verwonder je je over zoveel prachtige natuur. Het Drouwenerzand heeft de status van ‘Aardkundig monument’, het eerste in Drenthe. Feitelijk zijn de meeste Drentse stuifzanden niet het werk van de natuur, maar zijn ze vooral mensenwerk. Ze lieten teveel schapen op de hei lopen. Ze staken er teveel plaggen. Er reden teveel wagens over het veld. Gevolg was dat het bovenste laagje van de hei brak en het witte zand eronder op drift raakte. De wind joeg het zand op tot hoge duinen.

Aan het begin van de twintigste eeuw bedwong de mens de ontketende natuur door het Drouwenerzand vast te leggen met duizenden dennen. Stichting Het Drentse Landschap heeft de afgelopen jaren veel bomen gekapt om het stuifzand weer tot leven te brengen.

Tegenover Camping Alinghoek begint een vijf kilometer lange wandeling over het Drouwenerzand. Het Drentse Landschap heeft de route uitgezet met paarse paaltjes.

 

Kamp Westerbork:

Op een troosteloze kale vlakte van 500 bij 500 meter, waar de wind vrij spel had en het zand en het vuil van de heide tot in de kleinste kieren van de houten barakken zou doordringen , werd in 1939 een kamp opgericht voor gevluchte Duitse joden. De ongeveer 140.000 in Nederland levende joden werden na de Duitse inval steeds verder geïsoleerd uit de samenleving als voorbode van hun deportatie naar de vernietigingskampen in Polen. Daarvoor hadden de nazi’s een doorgangskamp nodig. Dat werd Westerbork. Vanaf 1 juli 1942 werden de joden in Nederland hier op transport gesteld. Eerst 24 treinen met 23.700 joden. Vanaf begin 1943 in  een wekelijks ritme: iedere dinsdag een trein van goederenwagons  met 1.000 personen. De bestemming was Auschwitz of Sobibor. Het laatste transport op 13 september 1944. In totaal 93 treinen met meer dan 100.000 joden. Onder hen bevonden zich ook 245 zigeuners. Na de bevrijding op 12 april 1945 werd het kamp gebruikt voor internering van NSB-ers, opvang van gerepatrieerden in Nederlands-Indië en tenslotte militairen van Molukse afkomst uit het Nederlands-Indische leger.  In februari 1971 kwam er een einde aan de bewoningsgeschiedenis van Kamp Westerbork.
Totale afbraak stond vanaf het begin vast en twaalf radiotelescopen werden geplaatst. En een door oud-kampgevangene Ralph Prins ontworpen monument. Pas in 1983 werd het Herinneringscentrum Kamp Westerbork geopend, een aantal kilometers ten westen van het kampterrein. De interesse bleef groeien. In 1992 vond een symbolische herinrichting van het kampterrein plaats.
Er zijn slechts enkele restanten van het kamp overgebleven: de aardappelbunker, de SS-bunker, de woning van de kampcommandant en de waterzuiveringsinstallatie.  En een paar gedenkmonumenten.

 

Radiotelescopen Weserbork:

De Westerbork telescoop bezoeken. De Westerbork Synthese Radio Telescoop (WSRT) staat vlakbij Hooghalen in het gebied van Voormalig Kamp Westerbork’. Vanaf dit kamp werden mensen tijdens de Tweede Wereldoorlog naar de concentratiekampen gestuurd. Vanaf Hooghalen kunt u de borden “Voormalig Kamp Westerbork” volgen. U kunt de auto parkeren op de parkeerpplaats van Herinnerings Centrum Kamp Westerbork (adres: Oosthalen 8 9414 TG Hooghalen). Vanaf daar kunt u via twee routes naar de telescopen lopen. Vanaf hier begint de storingsvrije zone en moeten alle mobiele telefoons (en andere zendmaterialen) uitgeschakeld worden. De eerste route gaat over de hoofdweg (asfaltweg). De tweede route gaat over het Melkwegpad (lengte: 2,5 km), naar de Westerbork telescoop. Op dit pad, dat een schaalmodel van het zonnestelsel is, is allerlei informatie te vinden over de planeten. De schaal van het Melkwegpad is 1 op de 3.700.000.000. Elke stap is ongeveer 2.5 miljoen km. Ook zijn er activiteiten voor kinderen te vinden.

 

Veenpark Emmer Compascum:


Het museum is ontstaan in het jaar 1966. De veenkolonie Barger-Compascuum bestond in dat jaar honderd jaar. Ter gelegenheid daarvan werd een openluchttentoonstelling ingericht, waar onder meer enkele oude veenkeetjes, plaggenhutten genaamd, werden geplaatst. Hiermee werd de basis gelegd voor het latere openluchtmuseum, dat thans 160 hectare omvat en is hiermee het grootste openluchtmuseum van Nederland. De openluchttentoonstelling had een aanzuigende werking: oude gereedschappen en werktuigen werden voor het museum afgestaan. Ook kon het aantal oude woningen worden uitgebreid, mede dankzij de steun van de rijksoverheid.

 

Vesting Bourtange:

Bourtange is een vestingdorp in de provincie Groningen, dat tijdens de Nederlandse Opstand is aangelegd. Bourtange ligt in de gemeente Vlagtwedde, in de streek Westerwolde. Het is een beschermd dorpsgezicht. Brengt u een bezoek aan Westerwolde dan mag vestingdorp Bourtange niet op uw programma ontbreken. In Bourtange vindt u een reconstructie van de oorspronkelijke vesting van 1742. Wandel over de ophaalbrug het vestingdorp in en stap het verleden binnen. U kunt het prachtige vestingdorp met de vele bezienswaardigheden bekijken en een rondwandeling over de vestingswallen maken. Er zijn ook verschilllende gezellige winkels en horecagelegenheden in Bourtange.

 

Drents Museum Assen:

Het Drents Museum is gevestigd in Assen, op de plek van het voormalig klooster Maria in Campis. De hoofdentree bevindt zich sinds 2011 in een voormalig koetshuis van het Drostenhuis, dat via een onderaardse gang met de andere gebouwen is verbonden.